Wie ben ik

Mijn levensbeschrijving

Joyce Pool - basisschool

Op een zondag in juli 1962 werd ik in Delft geboren als Joyce Makkus. Mijn broer Henk was toen tweeëneenhalf jaar. Na mij kwamen er nog twee zusjes, Denise en Wendy, en een broertje Rob. Met elkaar waren er dus vijf kinderen in het gezin Makkus.

Het was vaak een lekkere drukke boel, maar soms kon het ook heerlijk rustig zijn. Je hoefde ons maar een stapel boekjes te geven en we waren uren zoet. In de tweede klas van de lagere school (nu heet dat groep vier) was Pinkeltje mijn favoriet. Ik spelde de fantastische verhalen van voor naar achter en keek voortdurend uit naar het nieuwste deel uit de serie van meneer Dick Laan. Hieronder zie je me in de tweede klas van de basisschool. Ik ben het meisje op de voorste bank met het Pinkeltje-boek op haar tafel.

In de tijd dat ik een klein meisje was, waren er speciale jongens- en meisjesboeken. Ik kreeg voor mijn verjaardag steevast verhalen van Floortje Bellefeur, Pitty op kostschool en De dolle tweeling - typische meisjesboeken. Toen ik wat ouder werd ontdekte ik dat jongensboeken veel spannender en interessanter waren. Vanaf die ontdekking gooide ik Floortje, Pitty en de dolle tweeling aan de kant en stortte me op De Kameleon en Arendsoog. Ergens in het jaar dat ik veertien werd, leende mijn vriendin me Kruistocht in Spijkerbroek van Thea Beckman. Een nieuwe wereld ging voor me open; de geweldige wereld van het historische jeugdboek. Sinds Kruistocht in Spijkerbroek heb ik alle historische boeken van Thea Beckman verslonden. Ik denk dat je zelfs kunt zeggen dat dit ene boek me heeft geïnspireerd om zelf historische jeugdboeken te gaan schrijven.

School

Na de middelbare school volgde ik een opleiding aan de Pedagogische Akademie, ik leerde voor juf op een basisschool. Van deze opleiding heb ik ontzettend genoten, niet in het minst omdat ik ‘verplicht’ werd heel verschillende kinderboeken te lezen. Ik kreeg boeken voorgezet die ik zelf nooit uit de bibliotheek zou hebben gehaald. Uit die tijd stamt mijn lievelingsprentenboek. Het heet De vis en de jongen en is van schrijver Dolf Verroen. Het boek vertelt het verhaal van een vissenfamilie die op mensen vist. Met een hengeltje waaraan een zak friet bungelt, probeert vader Vis een mens te vangen. Heel gruwelijk eigenlijk, maar zo origineel dat ik het boekje nog altijd genietend doorblader.

Joyce Pool - basisschool

Ook al hield ik enorm van lezen, toch was het nog altijd niet bij me opgekomen dat ik zelf boeken zou kunnen gaan schrijven. Meisjes in mijn omgeving gingen bijna allemaal in een ziekenhuis werken of in het onderwijs of werden secretaresse of zoiets. Ik koos eenvoudig een van de beroepen waar iedereen in mijn omgeving voor koos. Later kreeg ik daar spijt van. Niet dat ik het onderwijs niet leuk vond, leraar-zijn vond én vind ik nog steeds ontzettend interessant en uitdagend, het was meer dat ik bedacht dat er meer banen mogelijk waren dan de drie die hierboven staan. Achteraf had ik wel veel eerder schrijfster willen worden. Of journalist. Of archeoloog. Of boekenverkoper. Of redacteur van jeugdboeken. Of weet-ik-veel...   

Zelf schrijven

Toen ik 26 jaar was, besloot ik in Leiden onderwijskunde te gaan studeren. Precies vier jaar later sloot ik die studie af en verhuisde ik met mijn toenmalige man en onze twee kinderen naar Texel. Daar bedacht ik op zomaar een dag dat ik een verhaal wilde schrijven. En dat ben ik gaan doen. Dat werd Vals Beschuldigd.

Nu, tien boeken en heel veel losse verhalen later, weet ik dat ik niet meer wil stoppen met schrijven. Het is verslavend. Als ik eenmaal op een verhaal broed, gaat het alsmaar door in mijn hoofd. Dat is een fijn gevoel. Gelukkig hebben mijn kinderen, Michelle en Tom, en mijn man Pip daar geen problemen mee. Integendeel, ze stimuleren me om door te gaan. Samen met mijn ouders zijn zij de allergrootste fans die je je maar kunt voorstellen!