FAQ

Hoe, wanneer en waar bent u begonnen met schrijven?

Ik ben rond 1994 begonnen met schrijven. Ik was twee jaar daarvoor met mijn gezin verhuisd naar Texel. Voor die verhuizing had ik mijn baantje bij de Technische Universiteit in Delft op moeten zeggen. In het begin vond ik het niet zo erg om geen baan meer te hebben, ik had kleine kinderen en zag het wel zitten om daar heel veel dingen mee te gaan doen. Maar op een gegeven moment gingen zij naar school en wilde ik ‘iets leuks’ gaan doen. Niet direct weer gaan werken (ik had diploma’s om les te mogen geven op scholen) maar iets heel nieuws, uitdagends. Omdat ik heel erg van lezen hield, bedacht ik dat het misschien aardig zou zijn om eens te proberen of ik zelf ook iets kon schrijven. Dat heb ik gedaan en nu mag ik mezelf de schrijfster van een paar boeken noemen.

Hoe heeft u het geleerd?

Ik ben naar een schrijfschool in Amsterdam gegaan. Dat was niet alleen geweldig omdat ik daar heel veel nieuwe dingen op schrijfgebied leerde maar ook omdat ik heel veel mensen leerde kennen die met precies hetzelfde bezig waren - schrijven, jeugdboeken en misschien ooit uitgegeven worden. Zo’n schrijfopleiding kan ik iedereen aanraden die de wens heeft voor hobby of beroep te schrijven.

Hoe kiest u het onderwerp van uw boeken?

Meestal neem ik een onderwerp dat me enorm persoonlijk boeit. Vals Beschuldigd ontstond bijvoorbeeld omdat ik in mijn eigen jeugd in Delft al ontzettend gegrepen was door de moord op Willem van Oranje (in Delft) en de daarop volgende terechtstelling van Balthasar Gerards – de moordenaar van Willem. Het idee voor Sisa kwam boven borrelen nadat ik me realiseerde dat mijn voorouders van moeders kant slaven waren geweest in Suriname. Ik wilde weten wat ‘slaaf-zijn’ in de praktijk had betekend en kwam al zoekend zulke vreselijke dingen tegen dat ik vond dat ik het aan mijn voorouders verplicht was er een verhaal aan te wijden. In mijn tijd op de basisschool leerde ik namelijk helemaal niets over de slaventijd, nu gelukkig al wat meer maar nog steeds vind ik eigenlijk dat mensen in Nederland weinig over die periode en de rol van ons land weten. Niet dat ik een lesje wil geven met Sisa maar ik wil wel laten zien dat die periode ook bestaan heeft - dat er in de Nederlandse geschiedenis niet alleen maar heldhaftige verhalen maar ook minder aardige zaten.

Blauw heb ik geschreven omdat ik in mijn omgeving een uitzetting van een asielzoekersgezin meemaakte. Het gebeurde bijna op dezelfde manier als ik in het boek beschrijf - veel politie, midden in de nacht, kinderen die het hoofd ondanks alles koel houden en spullen gaan inpakken omdat de ouders te erg in de war zijn; een vader die in de boeien geslagen wordt, klasgenoten die eerst niet kunnen geloven wat er gebeurd is en het daarna niet kunnen begrijpen. Kortom het was enorm schokkend om van dichtbij mee te maken. Dat wilde ik in een verhaal kwijt en dat is dus Blauw geworden.

Hoe lang doet u over het schrijven?

Dat is heel verschillend: over Vals Beschuldigd deed ik ongeveer zeven jaar (met vier jaar schrijfcursus er tussen door); het boekje Het Witte-muizenplan schreef ik in een week of zes. Veel tijd gaat altijd zitten in het uitzoeken van historische of hedendaagse achtergrondinformatie. Ik vind namelijk wel dat zoveel mogelijk dingen in mijn verhalen moeten kloppen met hoe het echt is of was. En dat kost nu eenmaal tijd

Hoe schrijft u?

Wanneer ik een plan heb voor een verhaal, denk ik daar heel vaak over na - gewoon tijdens het uitlaten van mijn hond Mazzel, tijdens het stofzuigen, fietsen enz. Zo ontstaat al denkend mijn verhaal. Vervolgens ga ik internet op of in boeken snuffelen naar gegevens die ik kan gebruiken voor dat verhaal en daarna probeer ik een paar dagen in de week achter mijn computer te kruipen om te schrijven. De meeste tijd gaat eigenlijk niet zitten in het schrijven zelf, maar in het herschrijven en schaven van het verhaal totdat elk woord op zijn goede plek staat en ik tevreden ben over het geheel.

Heeft u van tevoren al een titel in gedachten of komt die pas aan het eind?

Ik bedenk alleen maar een voorlopige titel en de uitgeverij bepaalt vervolgens welke titel er op de omslag komt te staan. Zij kiezen een titel die zowel jongens als meisjes aanspreekt, die uitnodigt tot lezen enz.

Laat u tijdens het lezen het verhaal aan anderen lezen of pas als het af is?

Meestal laat ik korte stukjes lezen aan mijn schrijfmaatjes; dat zijn zelf schrijvers die ik indertijd op mijn schrijfschool heb leren kennen en met wie ik nog steeds erg veel contact heb. Als het verhaal eenmaal af is, mag mijn dochter het als eerste helemaal lezen. Zij leest heel veel en is heel kritisch. Als mijn verhaal haar niet boeit, zit er iets niet goed en moet ik nog eens goed door de tekst heen.

Heeft u tips voor kinderen die ook willen gaan schrijven?

Kies een onderwerp dat je boeit; ga niet schrijven over voetbal wanneer die sport je gestolen kan worden, dat merken de lezers. Lees zelf erg veel van schrijvers die je goed vindt. Probeer tijdens het lezen van die boeken te ontdekken wat je nu precies zo goed of mooi vindt en kijk of je dat in een kort verhaaltje kunt nabootsen. In de praktijk is schrijven vooral oefenen, oefenen en nog eens oefenen.

Wat was vroeger uw lievelingsboek en wat is dat nu?

Vanaf het moment dat ik Kruistocht in Spijkerbroek van Thea Beckman ontdekte, ben ik weggeweest van dat boek. Nog steeds staat het als een van mijn lievelingsboeken in de kast, maar het is niet meer mijn meest favoriete boek. In feite heb ik nu drie favorieten. Mosje en Reizele van Karlijn Stoffels omdat ik het razend knap vind dat zij er in slaagt een heel triest verhaal hier en daar zelfs grappig te maken; Gebr. van Ted van Lieshout omdat het prachtig is geschreven en je je voortdurend blijft afvragen wat er nu precies is gebeurd met het broertje van de hoofdpersoon; De Geur van Melisse van Per Nilsson omdat hij zo geweldig heeft beschreven hoe het voelt als je verliefd bent en hoeveel verdriet je kunt hebben wanneer die verliefdheid nergens op uit loopt.

Wat vindt u het mooiste boek dat u zelf heeft geschreven?

Oeh… moeilijke vraag. Ik beschouw ze allemaal een beetje als mijn ‘kindertjes’. Bij de een vind ik sommige dingen beter gelukt dan bij de ander, maar die ander heeft dan ook wel weer dingen waar ik erg aan ben gehecht. Eerlijk gezegd weet ik het niet zo goed. Misschien wel Het Witte-muizenplan omdat dit de minste aandacht heeft gekregen, het kleinst is en ik het met zo ontzettend veel lol heb geschreven.

Waarom schrijft u alleen zielige verhalen en geen grappige?

Ik vind zelf Het Witte Muizenplan best grappig. Maar verder schrijf ik vooral verhalen over onderwerpen die me emotioneel raken. En dat zijn dus vaak ontroerende of afschuwelijke dingen. Vandaar. Maar ik ben niet tegen grappige verhalen, hoor!

Waarom gebruikt u van die aparte namen?

Vinden jullie dat ik dat doe? Job is toch vrij normaal? En Cornelia ook? Alleen Map is wat anders. Ik ken hier, in de buurt van waar ik woon een vrouw die Map heet en die is vrij bijzonder. Ik zocht een vrij bijzondere naam voor een bijzonder kind. Vandaar.

Waarom gebruikt van die moeilijke woorden?

Ik denk dat kinderen die moeilijke woorden wel begrijpen. Soms voeg ik voor de zekerheid ook nog een woordenlijstje aan het verhaal toe. Maar ik geloof ook dat het geen kwaad kan wanneer kinderen bepaalde woorden nog niet kennen. Door ze te lezen in een bepaald verband leren ze de betekenis vanzelf.